Opvolging van een BIN

De coördinator zal een goede opvolging garanderen. De coördinator houdt best de berichten van de politie bij, met vermelding van tijdstip en inhoud. Ook het noteren van de feedback die op berichten komt en het gevolg dat eraan gegeven wordt, vormen bruikbare informatie die nadien voor een evaluatie kan dienen. Daarnaast is het belangrijk om geregeld te luisteren naar de reacties van medebewoners.

De gemandateerde politiebeambte staat in voor het meten van het meldingsgedrag van de burgers, die al dan niet lid zijn van het BIN, binnen de wijk of de gemeente. Verder zal de politiebeambte de berichtgeving beluisteren en/of nalezen en beoordelen. Ook de verzending van de feedbackinformatie wordt opgevolgd.

Om de opvolging zo vlot mogelijk te laten verlopen, komen de coördinator en de gemandateerde politiebeambte geregeld samen om informatie uit te wisselen en hun bevindingen aan elkaar te toetsen. Tijdens die contactmomenten bereiden ze ook de komende activiteiten van het buurtinformatienetwerk voor.

Een BIN evolueert slechts als de BIN-leden op regelmatige basis samenkomen. Daarbij kan ook een gastspreker of een specifiek thema aan bod komen. Een tijdschrift dat op vooraf bepaalde tijdstippen verdeeld wordt, vraagt een zeker engagement van de coördinator/stuurgroep en de gemandateerde politiebeambte. In het tijdschrift kunnen aan bod komen: preventieve maatregelen, een overzicht van de verstuurde berichten, nieuws dat de politie aan de burgers wil bekendmaken, informatie over eventuele opgeloste zaken, …

Naburige BIN’s kunnen een bovenlokale BIN-werking opstarten.