Algemene beleidsnota: Federale politie en geïntegreerde werking Veiligheid en Binnenlandse Zaken Regie der Gebouwen

INHOUD
Federale politie en geïntegreerde werking
Veiligheid en Binnenlandse Zaken (.pdf - volledige nota - p.21)

Regie der Gebouwen

Kadernota integrale veiligheid

De kadernota integrale veiligheid verenigt de inbreng van alle betrokken (federale, deelstatelijke, lokale; bestuurlijke en gerechtelijke) actoren in de veiligheidsketen om zo tot een gedragen en duurzame aanpak te komen voor een aantal onveiligheids- en criminaliteitsfenomenen. Deze kadernota zal tegen eind 2015 klaar zijn en zal dienen als referentiedocument voor het nieuw op te stellen Nationaal Veiligheidsplan van de Politiediensten.

De kadernota geeft de krachtlijnen weer voor de integrale en geïntegreerde aanpak van een aantal prioritaire fenomenen. Sommige ervan zijn nieuw; andere vergen dan weer een meer afgestemde veiligheidsaanpak in de reguliere werking.

Daarnaast worden er ook een aantal zogenaamde ‘horizontale’ thema’s bepaald (zoals de bestuurlijke aanpak van de fenomenen; de informatie-uitwisseling; de internationale dimensie; het internet en zijn mogelijkheden). Deze kunnen als hefbomen dienen en een meer integrale en geïntegreerde aanpak faciliteren.

De werkzaamheden zijn lopende: een expertengroep is opgericht, een tiental fenomenen en horizontale thema’s zijn voorgesteld, de ontwerpteksten worden voor advies voorgelegd op de diverse wettelijk bepaalde fora, de concrete actieplannen zijn uitgewerkt.

In 2016 zullen de werkzaamheden verder lopen. Concreet houdt dit in dat de actieplannen uitgevoerd zullen worden voor zowel de weerhouden fenomenen als horizontale thema’s en dat de afgesproken maatregelen telkens opgevolgd, bijgestuurd en geëvalueerd worden. Op deze manier wordt het een levend en dynamisch document waar we gezamenlijk verder werken aan een veilige samenleving.  

Het versterken van strategische allianties op het vlak van preventie, bestuurlijke handhaving en veiligheid

Het ontwikkelen van geïntegreerde oplossingen om de veiligheid van de burger te versterken vormen een cruciale bouwsteen in het veiligheids- en preventiebeleid. Ook in 2016 zal verder ingezet worden op het bouwen van bruggen tussen en over bevoegdheidsniveaus heen. Hierbij worden een aantal prioritaire pijlers beoogd:

  • diefstal
  • geweld
  • overlast
  • cybercriminaliteit
  • veiligheid op en rond het voetbalstadion
  • radicalisme.

De evaluatie van de strategische veiligheids-en preventieplannen zal gebeuren onder academische begeleiding. Er zal een impactanalyse worden uitgevoerd en er wordt een evaluatie gemaakt van de criteria die gebruikt worden voor de toekenning van de contracten. Voor dit laatste zal er begin 2016 een overheidsopdracht uitgeschreven worden. De onderzoeksinstelling dient een rapport op te stellen dat een evaluatie maakt van de huidige toekenningscriteria en een benchmark uitvoert van vergelijkbare Europese initiatieven.

Door het verbeteren van de samenwerking tussen politie, justitie en bestuur willen we malafide groeperingen die frauduleus gebruik maken van de legale economische en juridische constructies zoals schijnbedrijven aanpakken. Criminele bendes maken immers frequent gebruik van legale structuren om hun criminele activiteiten toe te dekken.

Op nationaal niveau dient er tot op heden te worden vastgesteld dat bestuurlijke handhaving onvoldoende deel uitmaakt van de bestaande handhavingscultuur.

De focus zal dan ook liggen op het ontwikkelen van een performante regelgeving en de creatie van de organisatorische randvoorwaarden ter operationalisering van de bestuurlijke handhaving. Inhoudelijk betekent dit het creëren van de mogelijkheid tot preventief en reactief optreden tegen ernstige criminaliteit, zonder dat dit een verschuiving inhoudt van de bevoegdheden inzake opsporing en vervolging van het gerechtelijke naar het bestuurlijke niveau. Daarnaast beogen we ook een performante informatie-uitwisseling tussen bestuurlijke en gerechtelijke overheden.

Voor wat betreft de criminele motorbendes heeft België op internationaal niveau gepleit voor een blijvende aandacht en aanpak door middel van onder andere bestuurlijke handhaving.

Ik heb dit op de agenda geplaatst van de JBZ raad van 8 oktober 2015. We stellen een integrale aanpak voor waarbij ook bestuurlijke overheden zullen worden ingeschakeld. Het verfijnen van de beeldvorming alsook een eventuele aanpassing van Europese wetgeving zijn voorstellen die door België gedaan zijn. Daarnaast wordt op het niveau van Benelux, binnen het actieplan Senningen 2014 – 2016 een casestudy uitgewerkt rond de bestuurlijke aanpak van motorbendes in de Euregio in samenwerking met Duitsland.

Evaluatie camerawetgeving en gemeentelijk administratieve sancties

Rekening houdend met de evaluatie van de zogenaamde ‘camerawet’ zal het gebruik van bewakingscamera’s in een nieuw wetsontwerp worden uitgewerkt en in 2016 voorgelegd aan het parlement. Hierbij is het de bedoeling om het cameragebruik door de politiediensten te regelen in de Wet op het Politieambt en voor hen een technologie-neutrale wetgeving te maken die niet telkens dient aangepast te worden aan nieuwe ontwikkelingen. Het gebruik van bewakingscamera’s door particulieren zal blijvend geregeld worden in de wet van 21 maart 2007.

In het kader van de evaluatie van de GAS-wetgeving werd dit jaar aan alle gemeenten de mogelijkheid gegeven om via een vragenlijst hun opmerkingen over te maken. Meer dan de helft van de Belgische gemeenten heeft dit ook gedaan. Daarnaast werden verschillende andere actoren bevraagd, zoals de Verenigingen van Steden en Gemeenten, de Vaste Commissie van de Lokale Politie, maar ook de jeugdraden.

De evaluatie wordt eind 2015 afgesloten en begin 2016 voorgelegd aan het Parlement. Op grond hiervan wordt beslist of er wijzigingen moeten worden aangebracht aan de wet.  

Private veiligheid

Zoals voorzien, werd de reglementering inzake de private en bijzondere veiligheid geëvalueerd, in samenwerking met de sector en alle betrokkenen.

Op basis van de gevoerde gesprekken kunnen er een aantal krachtlijnen worden getrokken. Deze zullen de basis vormen voor de nieuwe wetgeving. Het gaat dan onder meer om administratieve vereenvoudiging (zowel voor de bedrijven als voor de overheid), de betrouwbaarheid van de actoren, het uitoefenen van de bevoegdheden in voor de burgers en de betrokkenen veilige omstandigheden en in respect voor hun rechten en tot slot het respecteren van het zorgvuldigheidsprincipe. Inzake dit laatste is het belangrijk dat de met de bevoegdheid beoogde bewakingsdoelstellingen nood- zakelijk zijn in functie van het legitieme doel en niet op een voor de burger minder ingrijpende wijze bereikt kunnen worden.

Op basis van de gemaakte evaluatie en de hierboven vermelde krachtlijnen, bereiden mijn diensten momenteel een nieuw en vereenvoudigde wetgevend kader voor. Daarbij zal uiteraard tevens rekening gehouden worden met de beslissingen die in de komende maanden genomen worden rond de optimalisering van de taken van politie.

De werkzaamheden in verband met de regelgeving rond de privédetectives zullen in 2016 worden verdergezet en afgerond. Er wordt gezocht naar een juiste balans tussen de efficiëntie van de gebruikte methoden en de bescherming van de private levenssfeer van degene die voorwerp uitmaakt van het private onderzoek.

Preventie van radicalisering

2015 was een bewogen jaar. Na de aanslagen in Parijs en de verijdelde aanslag in Verviers heeft de regering 12 maatregelen genomen, die geconcretiseerd zijn of die in de laatste lijn zitten.

 Verschillende van deze maatregelen zijn innovatief: de nieuwe Omzendbrief FTF legt de basis voor een performante informatie-uitwisseling via een dynamische databank; het nieuwe plan R legt de structurele basis voor een hechte samenwerking op het terrein (de Lokale Taskforces) en een ketenaanpak van het fenomeen radicalisering.

De strijd tegen deze radicalisering blijft voor mij een topprioriteit.

Speerpunt hierin zijn de lokale overheden. Ik zal deze nog meer ondersteunen. De nieuwe Omzendbrief FTF breidt de informatie doorstroming naar de lokale overheden en lokale partners uit en systematiseert ze. Bovendien werd de samenwerking tussen de federale en lokale diensten in de opvolging van de FTF nauwkeurig beschreven. Ik geloof sterk in het concept van de Lokale Integrale Veiligheidscel, op te richten door de burgemeesters, als motor van een integrale aanpak van het fenomeen op lokaal niveau. In het afgelopen jaar werden gemeenten en steden verder financieel ondersteund. De steun aan de 10 pilootsteden werd verhoogd. Bovendien werd een éénmalige impuls van 1.5 miljoen gegeven, die mede afhankelijk gemaakt werd van de oprichting van een LIVC, het delen van goede praktijken, de bovenlokale samenwerking en de kennisdeling op federaal niveau. Dit zullen ook parameters zijn voor toekomstige financiering, die ik in 2016 structureel wil aanpassen.

Er zullen met de deelstaten concrete afspraken gemaakt worden op het vlak van preventie. De eerste stappen die in het afgelopen jaar gezet werden bewijzen dat dit geen gemakkelijke oefening is. We beschikken nu echter over de multidisciplinaire fora waar dit dient uitgewerkt te worden: de strategische stuurgroep van het plan R (de nationale taskforce gecoördineerd door het OCAD), waarin vertegenwoordigers van de deelstaten opgenomen zijn, en de werkgroep over preventie binnen het plan R, geleid door de Algemene Directie Preventie en Veiligheid. Daarnaast is er op beleidsniveau een platform radicalisering (in het kader van het Overleg Comité).

We moeten de strijd aangaan met de extremistische propaganda. Dit betekent niet alleen dat er extremistische content moet verwijderd worden, maar ook dat we het veld van de propaganda niet overlaten aan extremistische ideologieën. Het EU project dat België samen met de UK trekt, the Syria Strategic Communications Team (SSCAT), heeft succes. Reeds na 10 maanden (van de 18) heeft meer dan het dubbele aantal landen dat vooropgesteld werd, gebruik gemaakt van de consultancy diensten die het team aanbiedt. Ook België heeft dit gedaan en een eigen Unit opgericht, die momenteel de eerste concrete projecten opzet. Dit succes sterkt ons erin dat de EU zal ingaan op een verlenging en uitbreiding van het project voor een langere periode en met een versterkt team.

Het is belangrijk dat dergelijke internationale en EU-projecten rond preventie en (de)-radicalisering door België kunnen opgenomen worden en aan de lokale overheden en deelstaten aangeboden worden. Dit gebeurde in 2015 o.a. ook met BOUNCE over weerbaarheid. Daarbij wil ik aandacht geven aan projecten die de opvolging van FTF ondersteunen (zoals exit-programma’s en de-radicaliseringstrajecten) en die de eerstelijns awareness en samenwerking op lokaal niveau stimuleren.



Afkondiging04/11/2015
Wetgevingstype:omzendbrief
Thema's: